‘Als kleine jongen kwam ik graag in de zaak. De wandeling ernaartoe over het plaveisel van het Loenshof mocht ik zonder begeleiding van mijn ouders afleggen. Het voelde als een feest, alsof de Twentse zon altijd scheen.’
Zo begint Wonderjaren, heel rustig. Door de ogen van de jonge Frits gezien wandelen we zijn wereld binnen. De zaak, het Modehuis Woudstra, waar zijn vader in ‘de cockpit’, zuchtend en sigaren rokend de baas speelt. Het is een magische plek, een andere wereld, om te betreden. Later zal Frits van fabrieksstad Enschede naar het dorp Haaksbergen verhuizen, als het gezin Woudstra uit elkaar spat. Met zijn moeder, zus Fleur en de kat Natasja betrekken ze een grote leegstaande villa met een koepeltje, midden in het Raabos.
De jonge Frits wordt een dolende ziel en trekt zich terug in zijn fantasiewereld. En dan opeens wordt hij wakker geschud als een uit de Twentse hemel geworpen tintelende reddingsboei tot hem komt: Vier jongemannen met lang haar uit Liverpool. Vanaf dat moment begint zijn ‘nieuwe’ leven. De wilde rock-’n-rollklanken elektrificeren zijn hart en laten een nieuw en vrolijker leven ontstaan.
Liggend in het aangrenzende maisveld (zijn verdwijnplek), een jongen met zijn gitaar. Onmetelijk geluk, getemperd verdriet. Als de Lp Revolver in de villa arriveert lijkt er een soort oerknal plaats te vinden.
I have a question about the book:
'Wonderjaren - Woudstra, Frits Marnix'.
Fill in the form below.
We will respond as fast as possible.
We value your privacy
We use cookies to measure traffic, improve Boekstra and let Google tailor ads to your interests. You can keep using the site either way — even if you decline. More info