"Deze gedichten die aan den oorlog herinneren, voeren toch den oorlog niet anders mede dan in herinnering. Het kanon zweeg en zwijgt ook in de poëzie van dezen gewonden soldaat, die in het ziekenhuis zijn dagen van levensgevaar en genezing doorbracht, en zijn aandacht richt zich niet op de wereldgebeurtenissen, maar op de roersels der ziel. Van het vlaamsche volkseigen is niet de uiterlijke, maar de innerlijke geneigdheid de zijne en meer dan de ‘daver van 't kanon’ boeit hem de ‘weifle klaarte van de maan’. Het afscheid aan de kameraden die, na den gewonde te hebben weggedragen, naar hun hel terugkeeren, het voelen naderen van den dood, de pijn der wonden, de hoop op terugkeer tot het leven, de dank voor liefderijke verpleging en de religieuse verheuging der ziel - deze onderwerpen bewegen den dichter tot zijn lied. Eenvoudig en van een stille zuiverheid die door geen overtollig woord gestoord wordt, is deze dichtkunst der ziel; een sprake des dichters tot zichzelf en zij wekt de belangstelling van den lezer doordat ze haar drijfveeren heeft in diepe levensondervindingen. De menschelijkheid van deze is toch duurzamer en schooner dan alle geweldigheid der uiterlijke wereld."
I have a question about the book:
'Liederen van droom en daad - Cauwelaert, August van'.
Fill in the form below.
We will respond as fast as possible.
We value your privacy
We use cookies to measure traffic, improve Boekstra and let Google tailor ads to your interests. You can keep using the site either way — even if you decline. More info