‘Een vrolijk meisje,
zo vriendelijk als jij
verdient wel een versje
met een plaatje erbij.
In heel weinig woorden
schrijf ik hier een wens
Blijf een aardig meisje
word later een goed mens.’
Hoe er achter de ogenschijnlijk lieflijke versjes in een poesiealbum een harde werkelijkheid schuilgaat.
In poesie beschrijft Marjon Zomer (1972) beeldend deze schrijnende tegenstelling. Confronterende autobiografische anekdotes die de gemankeerde jeugd van opgroeien in een gezin met een psychiatrisch zieke moeder en een zwakbegaafde vader blootleggen.
Fragment:
‘Je kunt niet op jezelf passen als je slaapt. Ik wacht altijd tot het niet langer kan. Ik probeer te slapen met mijn ogen open.’
I have a question about the book:
'poesie - Zomer, Marjon'.
Fill in the form below.
We will respond as fast as possible.
We value your privacy
We use cookies to measure traffic, improve Boekstra and let Google tailor ads to your interests. You can keep using the site either way — even if you decline. More info