Oetje mag naar het jaarlijkse feest van de burgemeester. Maar of dat nou zo verstandig is? Want door Oetjes aanwezigheid zou het feest wel eens volledig in de soep kunnen lopen. Oetje mag naar het jaarlijkse feest van de burgemeester. Alleen de rijkste en belangrijkste mensen worden uitgenodigd.
Oetje heeft geen geld én – volgens de bewoners van het armoedige dorp Luttel – is ze de onbenulligste en onbelangrijkste van hen allemaal. ‘Bovendien draagt ze gekke kleren en ze stinkt,’ zeggen ze. ‘Het feest is véél te sjiek voor haar. De burgemeester zal haar nog vóór het feestmaal wegsturen.’
Oetje wil naar het feest om taartjes te eten. In de schatkist op zolder vindt ze mooie feestkleren én ze neemt haar eigen lepel mee. Zoals altijd blijft ze gewoon zichzelf en ze weet trouwens ook alles over goede manieren.
Toch lijkt de burgemeester niet blij met hoe Oetje zich gedraagt. Sterker nog: juist dáárdoor zou het feest wel eens volledig in de soep kunnen lopen. Pas maar op! Oetje springt in je hart!
I have a question about the book:
'Soepfeest - Bootsman, Hellen'.
Fill in the form below.
We will respond as fast as possible.
We value your privacy
We use cookies to measure traffic, improve Boekstra and let Google tailor ads to your interests. You can keep using the site either way — even if you decline. More info