Het is het jaar 1900. Pier woont in een klein huisje op het platteland. Zijn zusje is doodziek, maar er is geen geld voor medicijnen. Dan geeft een onbekende man de familie geld om medicijnen te kopen. In ruil daarvoor moet Pier met hem mee om te werken in Den Haag. Pier vindt het geweldig in de grote stad, hij kijkt zijn ogen uit. Totdat blijkt dat hij aan het werk moet voor een wrede baas. Pier wordt gedwongen om in een fabriek te werken, twaalf uur per dag, zeven dagen per week. Kan hij ontsnappen?
I have a question about the book:
'Laat me gaan! - Prins, Ruben'.
Fill in the form below.
We will respond as fast as possible.
We value your privacy
We use cookies to measure traffic, improve Boekstra and let Google tailor ads to your interests. You can keep using the site either way — even if you decline. More info