De grootste stuwdam van Europa wordt gebouwd in de Vallei van Annifer. Saint-Loup, een nabijgelegen dorpje, wordt opgeschrikt door mysterieuze aanslagen, onder andere het opblazen van de brug die het dorp met de vallei verbindt. De burgemeester wil de politie er niet bij betrekken en doet een beroep op Lefranc. Maar er volgen nog meer aanslagen. Telkens weer gesigneerd met een wolvenkop en een sinistere lach die door de bergen weergalmt. Lefranc interesseert zich voor een gebouw dat als een suikerklontje op een berg werd gezet. Het blijkt een hotel te zijn gebouwd door de Engelsen. De eigenaars werden geruïneerd. Volgens de burgemeester was er geen kabeltrein om het hotel te bereiken. Is er enig verband tussen het verleden en het heden? Lefranc begeeft zich naar het hotel. Maar alles keert zich tegen hem. Alsof hij het gebouw niet mag betreden.
I have a question about the book:
‘Het hol van de wolf - Martin, Joel’.
Fill in the form below.
We will respond as fast as possible.
We value your privacy
We use cookies to measure traffic, improve Boekstra and let Google tailor ads to your interests. You can keep using the site either way — even if you decline. More info