In zijn vierde dichtbundel gaat Hans Greonewegen meer dan ooit in gesprek. Er klinken dan ook vele stemmen door deze poëzie, maar zijn ze wel per definitie van de ander? Als mensen onwelkome kwesties nu eens niet gedachteloos afschuiven op derden, wordt hun leven dan niet even adembenemend als de taal waarmee deze dichter - soms teder en verheven, soms ironisch en bits - hen omringt?
I have a question about the book:
'Zuurstofschuld - Groenewegen, Hans'.
Fill in the form below.
We will respond as fast as possible.
We value your privacy
We use cookies to measure traffic, improve Boekstra and let Google tailor ads to your interests. You can keep using the site either way — even if you decline. More info