In zijn laatste jaren zoekt Voskuil naar schimmen van verleden tijden, niet zozeer uit heimwee of nostalgie, veeleer
ter bevestiging van Jan van Nijlens verzuchting: ‘En weten dat wij nooit iets zullen weten, dat alles nutteloos is:
gejuich en kreten, tot aan het einde, tot den laatste snik.’ Frustratie, ergernis en bedreigdheid maken allengs plaats voor berusting en melancholie. Gelukkig is Voskuil echter zelden, met een onvrij bestaan in eigen huis en een omgeving die zienderogen naar de donder gaat.
De lezer ziet hem in zijn voltooide leven, ontdaan van aardse illusies, kwetsbaar, ironisch en voortgedreven door zijn pen. Hij wilde geen schrijver zijn, maar hij bleek er een te zijn, een schrijver van groot kaliber.
Het zwijgen is het waardige sluitstuk van J.J. Voskuils grootse levenswerk.
I have a question about the book:
'Het zwijgen - Voskuil, J.J.'.
Fill in the form below.
We will respond as fast as possible.
We value your privacy
We use cookies to measure traffic, improve Boekstra and let Google tailor ads to your interests. You can keep using the site either way β even if you decline. More info