Niemand kent de stoftor, die in zijn eentje op de maan woont. Ver weg ziet hij alle andere dieren. Op een dag roept hij zomaar ‘Het spijt me!’ door een toeter. Elk dier dat die woorden hoort, denkt dat ze speciaal voor hem zijn bestemd. De neushoorn meent dat het nijlpaard het zei omdat die op zijn tenen trapte, de beer gelooft dat hij het net zélf zei toen hij alle taarten had opgegeten. Spijt is nergens voor nodig, volgens de woelrat, net als kiespijn, jeuk en koude voe¬ten. Maar dan roept de stof¬tor alweer: ‘Het spijt me dat ik heb geroepen dat het me spijt.’
I have a question about the book:
'Het leed van de stoftor - Tellegen, Toon'.
Fill in the form below.
We will respond as fast as possible.
We value your privacy
We use cookies to measure traffic, improve Boekstra and let Google tailor ads to your interests. You can keep using the site either way — even if you decline. More info