“Wat het dorp niet kon schoonmaken, kon het tenminste in oranje hullen.”
In een dorp zo schoon dat de Fransen het ooit “le temple de la propreté hollandaise” noemden, is het enige wat gevaarlijker is dan een vuil raam een jongen die alles ziet.
Wanneer Piet van der Berg vanaf de zolder om een ijsje roept, valt zijn vader van de ladder en wordt zijn moeder gedood onder een gereedschapskist – en Broek in Waterland blijft achter met een glazenwasser die niet kan klimmen.
Wat volgt is een tedere, droogkomische, langzaam smeulende vertelling over kleine mensen die een klein probleem oplossen op de enige manier die een Hollands dorp kent: met jenever, vernuftige klompen, oranje vlaggen, en de onwankelbare overtuiging dat wat niet kan worden schoongemaakt op zijn minst achter iets oranjes verborgen kan worden.
Kristof Geilenkotten is een Belgische schrijver en dadaïst. Hij schrijft vanuit de Lage Landen, waar de ramen schoner zijn dan de gewetens, en de gewetens schoner dan ze zouden moeten zijn.