daar duw ik de slanke deuren
– glas en staal – voorzichtig open
de sneeuw van mijn laarzen
smelt plassen in de hal. ik loop
de trap op, raak de houten leuning aan
draai naar het raam en kijk naar buiten
houten roeden verdelen de sneeuw
in vakken, tonen takken van een boom
de leuning buigt, ik neem de laatste treden
naar de zaal en loop de open ruimte rond
waar op de planken nog de boeken staan
in letters van een vreemde taal
en in een hoek drie emmers
onder het lekkende plafond
maar ook het licht lekt, het valt
vanuit de ronde ramen boven
in grote cirkels op de tafels
tussen stapels boeken en papier
schijnend, schrijvend:
lees, wees hier