Dit rijk geïllustreerde standaardwerk biedt een breed inzicht in een van de vijf zuilen van de islam, de hadj, de pelgrimstocht naar Mekka.
De verslagen die pelgrims schreven van hun tocht naar de Ka’ba – het centrale heiligdom van de islam – worden in hun historische context geplaatst en ingebed in de religieuze en politieke discussies die zich in de loop der eeuwen ontwikkelden. De hadj maakte niet alleen deel uit van de belangrijkste theologische discussies, maar ook van de politieke verwikkelingen tussen de verschillende islamitische rijken onderling en tussen de moslims en de Europese koloniale machten.
Naar Mekka. De hadj in zeven eeuwen reisverslagen vertelt aan de hand van ruim twintig van die verhalen uit de periode vanaf de dertiende eeuw tot 1950 over de belevenissen van de pelgrims op hun tocht naar het middelpunt van hun geloof. De reisverslagen, uit Noord-Afrika, Syrië, Turkije, India, Iran, Zuidoost-Azië en Europa, geven een kleurrijk beeld van de vaak onthutsende ontberingen die de pelgrims moesten doorstaan op hun tocht door de woestijn of over zee, zoals honger en dorst, ziekte, stormen en schipbreuk, rovers en dieven, alsook van hun euforie bij het betreden van de Heilige Plaatsen en vooral de aanblik van de Ka’ba.